Wat is een Scope 10 keuring op uw agrarische bedrijf?

U kunt de stroom op uw agrarische bedrijf niet zomaar uitschakelen. De ventilatie in de stal moet blijven draaien en u wilt voorkomen dat een inspectie het dagelijkse werk onverwacht stillegt. Tegelijk wilt u weten of de elektrische installatie brandrisico’s oplevert. Bespreek die twee belangen al vóór het bezoek met de inspecteur.

Een Scope 10 keuring onderzoekt de brandrisico’s van elektrische installaties. De inspecteur kijkt dus verder dan de vraag of uw apparatuur werkt. Een draaiende ventilator vertelt u bijvoorbeeld niet hoe de elektrische aansluiting eraan toe is. Naast zijn visuele controle voert de inspecteur metingen en beproevingen uit om risico’s te beoordelen.

De aandacht ligt bij elektrisch brandrisico

Bij Scope 10 staat het risico op brand centraal. Dat is een andere invalshoek dan uitsluitend beoordelen of iemand een installatie veilig kan bedienen. De inspecteur gebruikt hiervoor de beoordelingsmethode uit NTA 8220. U hoeft die technische afspraak niet zelf te doorgronden, maar het helpt om te weten waarop de inspecteur zijn oordeel baseert.

Bij de vraag ‘Wat is een Scope 10 keuring?’ hoort ook een duidelijke grens. Het is een onderzoek naar elektrische brandrisico’s, geen onderhoudsbeurt waarbij de inspecteur tijdens zijn ronde alle aangetroffen gebreken meteen verhelpt. Inspecteren is iets anders dan herstellen.

De inspecteur kijkt ook naar de omstandigheden rond de installatie op uw agrarische bedrijf. Denk aan stof bij elektrische onderdelen. Alleen het stof verwijderen vertelt nog niet of de aansluiting daarachter in orde is. Andersom zegt een nette buitenkant weinig over wat zich in een verdeelinrichting afspeelt.

Kijken, meten en warmtebeelden beoordelen

Bij de visuele inspectie bekijkt de inspecteur de bereikbare elektrische installatie. Hij let bijvoorbeeld op beschadigingen aan kabels en de toestand van aansluitingen. Op uw bedrijf kan een kabel naar een ventilator een concreet aandachtspunt zijn. Ziet de buitenkant er beschadigd uit, dan moet de inspecteur dat nader onderzoeken. Dat de ventilator nog draait, zegt niet dat de kabel in orde is.

Metingen en beproevingen vullen die visuele controle aan. Daarmee onderzoekt de inspecteur eigenschappen die hij niet met het blote oog kan vaststellen. Welke handelingen nodig zijn, hangt af van de installatie die hij aantreft. Alleen een rondgang met een camera volstaat dus niet.

Thermografisch onderzoek maakt warmteverschillen zichtbaar. Een opvallend warm aansluitpunt kan aanleiding zijn voor nader onderzoek. Zo’n warmtebeeld vraagt wel om uitleg. De inspecteur moet weten welke apparatuur op dat moment draait; een nauwelijks belaste installatie geeft een ander beeld dan een installatie die volop in gebruik is.

Dat raakt uw dagelijkse werk. Bespreek vooraf welke apparatuur moet blijven werken en wanneer de inspecteur andere onderdelen kan onderzoeken. Neem niet aan dat de hele keuring zonder onderbreking kan plaatsvinden. Andersom hoeft u ook niet op voorhand uw hele bedrijf stil te zetten. Laat de inspecteur aangeven wat hij nodig heeft.

Een gebrek vraagt om een aparte vervolgafspraak

Na de inspectie ontvangt u een rapport met de bevindingen. Daarin beschrijft de inspecteur waar hij een risico of gebrek heeft aangetroffen. Een omschrijving met een herkenbare locatie helpt een herstelbedrijf om gericht aan het werk te gaan.

Houd daarbij het verschil tussen een reparatie en de beoordeling daarvan scherp. Heeft een installateur een aansluiting hersteld, dan heeft u daarmee niet vanzelf het inspectietraject administratief afgerond. Afhankelijk van de bevindingen kan de inspecteur een herinspectie moeten uitvoeren. Daarna volgen de bijbehorende verklaring en afmelding.

Spreek bij het plannen van herstel af wie de uitgevoerde werkzaamheden vastlegt en wie het vervolg met de inspecteur afstemt. Voor een aansluiting van de stalventilatie hoort daar ook een werkmoment bij waarop u de betreffende apparatuur verantwoord buiten gebruik kunt nemen.